Wonen Eerst dakloosheid: Den Bosch laat zien dat het werkt
25 februari 2026
Van dertien maanden naar nog geen drie maanden verblijf in de opvang – midden in een wooncrisis. Het klinkt bijna te mooi om waar te zijn, maar in Den Bosch is het werkelijkheid geworden. Met een duidelijke keuze voor Wonen Eerst laat de stad zien dat een andere aanpak van dakloosheid niet alleen mogelijk is, maar ook werkt.
Toen wethouder Pieter Paul Slikker in 2022 de staat van de lokale opvang voor dakloze mensen onder ogen kreeg, werd hem één ding duidelijk: dit systeem moest anders. Mensen verbleven soms meer dan een jaar in de opvang voordat er uitzicht kwam op een woning. Dat betekent niet alleen langdurige onzekerheid voor de mensen zelf, maar ook een systeem dat vastloopt.
Samen met MO Den Bosch en de lokale woningcorporaties – met Zayaz woningcorporatie, ’s-Hertogenbosch voorop – besloot de gemeente daarom het roer radicaal om te gooien. Niet langer opvang als tussenstation waar mensen maanden of zelfs jaren blijven hangen, maar huisvesting als eerste stap richting herstel.
Het uitgangspunt is eenvoudig: een stabiele woning vormt de basis om andere problemen aan te pakken. Dat principe staat centraal in Wonen Eerst, een aanpak die internationaal bekendstaat als een effectieve manier om dakloosheid duurzaam te verminderen.
De resultaten in Den Bosch spreken voor zich. De gemiddelde verblijftijd in de opvang daalde van dertien maanden naar slechts 88 dagen. Dat betekent dat mensen veel sneller doorstromen naar een eigen woning en dus ook sneller weer stabiliteit in hun leven krijgen.
Daarnaast hebben inmiddels ongeveer 200 van de 500 dak- en thuisloze mensen in de stad een eigen woning gekregen. Daarmee zet Den Bosch een grote stap richting structurele oplossingen voor dakloosheid.
Opvallend is ook dat veel zorgen die vooraf leefden in de praktijk ongegrond blijken. Er werd bijvoorbeeld gevreesd voor overlast of oplopende huurachterstanden. Maar tot nu toe is er slechts één melding van overlast geweest en zijn de huurachterstanden niet hoger dan gemiddeld. Dat laat zien dat mensen met de juiste ondersteuning prima in staat zijn hun woning te behouden.
Toch aarzelen veel andere gemeenten nog om deze stap te zetten. Vaak wordt daarbij gewezen op de woningnood: er zouden simpelweg te weinig woningen zijn om dakloze mensen direct te huisvesten. Maar volgens de Bossche wethouder is juist dat argument reden om het anders te doen. Zoals hij in het NRC-interview stelt: als mensen in deze wooncrisis zelf een woning hadden kunnen vinden, waren ze nooit dakloos geworden.
Den Bosch laat zien wat er mogelijk is wanneer gemeenten, maatschappelijke organisaties en woningcorporaties echt samenwerken. Door samen verantwoordelijkheid te nemen en te kiezen voor Wonen Eerst ontstaat een aanpak die niet alleen menselijker is, maar ook effectiever.
Het is een krachtig voorbeeld voor andere gemeenten. Want wanneer wonen het startpunt wordt in plaats van het eindpunt, komt een structurele oplossing voor dakloosheid ineens een stuk dichterbij.